Spring naar de inhoud
Keer terug naar Nieuws

Consumentenborg: bescherming op maat in boek 9 bw

Op 16 mei 2025 keurde het Federaal Parlement de nieuwe Titel 1 ‘Persoonlijke zekerheden’ van Boek 9 ‘Zekerheden’ van het Burgerlijk Wetboek goed.

De nieuwe wet maakt de overstap van de ‘borgtocht’ naar het ruimere begrip ‘persoonlijke zekerheid’, waarbij er vervolgens ook ruimte wordt gelaten voor specifieke persoonlijke zekerheden als de autonome garantie, de patronaatsverklaring en het regres.

Op de Vlaamse feestdag werd deze wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dit betekent dan ook dat deze wettelijke bepalingen in werking zullen treden op 1 februari 2025 en van toepassing zullen zijn (enkel) op nieuwe persoonlijke zekerheden die worden gesteld ná deze datum.

Zoals we beloofden in onze vorige nieuwsbrief, gaan we nu dieper op bepaalde aspecten uit de nieuwe regelgeving inzake persoonlijke zekerheden. We gaan dan ook van start met één van de meest opvallende innovaties, m.n. het verlaten van het begrip van de kosteloze borgtocht naar de nieuwe regeling (Hoofdstuk 4 van Titel 1) over persoonlijke zekerheden door een consument. 

  • Van kosteloze borg naar consumentenborg

Hoewel in de wet wordt gesproken van de ‘consumentenborg’, zijn de regels van toepassing op alle persoonlijke zekerheden die worden aangegaan door een consument – en niet beperkt tot de borgtocht.

Met deze nieuwe herstructurering, definiëring en codificering had de wetgever oog voor de kritiek op de regeling omtrent van de kosteloze borgtocht en beoogt de wetgever een beter evenwicht tussen de bescherming van de persoonlijke zekerheidssteller en de belangen van de schuldeiser.

De nieuwe wet vervangt de notie ‘kosteloosheid’ (zie artikel 2043bis tot 2043octies oud BW) door ‘consument’, d.i. “elke natuurlijke persoon die een persoonlijke zekerheid verstrekt buiten zijn beroepsactiviteit en, indien de hoofdschuldenaar een rechtspersoon is, geen functionele band heeft met de hoofdschuldenaar” (zie art. 9.1.42 BW jo. art. I.1, 2° WER). Aandeelhouders met substantiële invloed en (effectieve) bestuurders van vennootschappen worden aldus uitgesloten van het toepassingsgebied van de beschermingsregeling voor consument.

De bepalingen van de consumentenborg zijn van toepassing wanneer een persoonlijke zekerheid wordt gesteld door een consument (art. 9.1.42 BW). Meer nog, een consument kan niet langer een andere persoonlijke zekerheid verlenen dan een borgtocht. De autonome garantie, sterkmaking tot uitvoering, bindende patronaatsverklaring en hoofdelijkheid tot zekerheid zijn niet langer een optie en worden van rechtswege omgezet in een borgtocht.

De bepaling van de consumentenborg regelen evenwel niet alles en bij ontbreken van een bepaling onder dit hoofdstuk dient in de eerste plaats te worden teruggevallen op de algemene regels geregeld onder hoofdstukken 1 en 2 van Titel 1 (art. 9.1.43 BW).

  • Consumentenborg voor alle schuldvorderingen?

In het huidige recht impliceert art. 2043 oud BW dat een ‘borgtocht voor alle sommen’, d.i. een borgtocht voor zowel de bestaande als de toekomstige schuldvorderingen, verboden is.

In de nieuwe regelgeving inzake consumentenborg wordt het principe behouden – in tegenstelling tot de borgtocht in het algemeen, geregeld in hoofdstukken 1 en 2 – dat een borgtocht voor alle schulden van de hoofdschuldenaar niet mogelijk is. Echter onder strikte voorwaarden blijkt de consumentenborg toch wel een “ruimer” toepassingsgebied te kunnen hebben. Een consumentenborgtocht is namelijk mogelijk voor toekomstige schuldvorderingen wanneer ze ontstaan uit een contract dat bestaat op het ogenblik dat de zekerheidssteller zich verbindt en dat precies in de zekerheidsstelling is aangeduid (art. 9.1.46 BW) – een raamcontract of andere algemene verbintenis is evenwel uitgesloten.

Enkele voorbeelden ter illustratie:

  • Een (klassiek) voorbeeld is in het kader van een huurcontract: een borg kan zich verbinden voor de verplichtingen van de huurder, inclusief eventuele huurschade, zolang het huurcontract al bestaat en precies wordt aangeduid in de borgstelling.
  • Ook een herbruikbaar krediet kan het voorwerp zijn van een geldige consumentenborgtocht, zolang er geen nieuwe kredietovereenkomst wordt afgesloten.
  • Bij raamcontracten is een consumentenborgtocht wél mogelijk voor een specifiek uitvoeringscontract dat al bestaat én duidelijk wordt vermeld. Een algemene borgtocht voor alle toekomstige uitvoeringscontracten is uitgesloten.
  • Precontractuele en jaarlijkse informatieverplichting

Er wordt door de wetgever eveneens opnieuw  (zie voor een bespreking van de huidige regelgeving, waaronder dus ook de informatieverplichtingen bij de kosteloze borg, de bijdrage van M. Vanmeenen “Kosteloze borgtocht: (een) nieuwe zekerheid(?) in R.C.C.-T.B.H., 2008/10, p. 845-860) aandacht besteed aan het informeren van de consument-zekerheidsteller zodat die laatste de risico’s van de persoonlijke zekerheidstelling beter zal kunnen inschatten.

De schuldeiser is voorafgaandelijk verplicht om de zekerheidssteller actief te informeren in te lichten over de omvang van de schuldvordering, de algemene gevolgen van de zekerheid en de bijzondere risico’s waaraan de zekerheidsteller kan zijn blootgesteld volgend uit de financiële situatie van de hoofdschuldenaar (art. 9.1.44 BW).

Bij miskenning van de informatieplicht geldt hier de precontractuele aansprakelijkheid, onder verwijzing naar artikel 5.17 BW volgens de regels van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht, en desgevallend de nietigheid indien hierdoor sprake is van een wilsgebrek.

De schuldeiser is ook bij de nieuwe regelgeving niet verlost van zijn informatieverplichting na de totstandkoming van het contract.  Zo zal hij de zekerheidssteller ook jaarlijks moeten informeren over de gewaarborgde verbintenis en de accessoria. Nieuw is dat dit niet alleen de niet-nakoming van de hoofdschuldenaar betreft, maar ook over een uitstel van opeisbaarheid. Bij niet-naleving is de schuldeiser aansprakelijk voor de schade die wordt veroorzaakt door het niet of het laattijdig nakomen van zijn informatieplicht (art. 9.1.49 BW).  Het is de borg die dit dient te bewijzen. Dit houdt o.i. wel een verzwaring in voor de borg, gezien de huidige regeling voorziet dat bij gebreke aan het tijdig informeren, de borg niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de aangroei van de schuld.

  • Bedrag, accessoria en formalisme

In lijn met het huidige recht, herneemt artikel 9.1.46 BW de regel dat in de zekerheidstelling (van de consument) een maximumbedrag moet worden bepaald, met inbegrip van de accessoria als interesten en schadevergoeding. Als het echter de borg zélf zou zijn die in gebreke blijft, kunnen de interesten en accessoria het maximumbedrag wel overschrijden.  Verder mogen de accessoria waartoe de persoonlijke zekerheidssteller gehouden is niet groter zijn dan 50% van de hoofdsom op het ogenblik dat de schuldeiser de borg aanspreekt.

Interessant is ook dat onder de nieuwe regelgeving de strenge vormvereisten van het huidige recht – met name de handgeschreven formule van artikel 2043quinquies, § 3 oud BW – grotendeels worden verlaten.
De wetgever laat het vereiste van een uitgebreide handgeschreven formule vallen als geldigheidsvoorwaarde: een afzonderlijk geschrift waaruit de toestemming van de zekerheidssteller blijkt, volstaat voortaan voor de geldigheid van de persoonlijke zekerheid. Aangezien de borgstelling in principe een eenzijdige rechtshandeling zal zijn, moet dit geschrift voor het bewijs ook voldoen aan de voorwaarden van artikel 8.21 BW. Dit betekent dat het voorzien moet zijn van de handtekening van de zekerheidssteller én van de handgeschreven vermelding van het bedrag waartoe hij zich verbindt, voluit in letters uitgedrukt.

  • Geen kennelijke wanverhouding

Verder is het bij de consumentenborg van belang dat de persoonlijke zekerheid in verhouding staat tot het vermogen en de inkomsten van de zekerheidssteller (art. 9.1.47 BW).

In het huidige recht is op grond van artikel 2043sexies, §2 oud BW een borgtocht nietig wanneer het bedrag kennelijk niet in verhouding staat tot de terugbetalingsmogelijkheden van de borg. Dit wordt beoordeeld op basis van de inkomsten en roerende en onroerende goederen van de borg op het ogenblik van het sluiten van de borgtochtovereenkomst, zonder rekening te houden met de financiële situatie van de borg op het ogenblik waarop hij wordt aangesproken.

Deze verregaande nietigheidssanctie stuitte echter op kritiek (zie bijvoorbeeld de bijdrage van F. Helsen “Gewone en kosteloze borgtocht, rechtseconomische doorlichting”, NjW 2013, afl. 292, (870)878).

In de nieuwe regeling wordt bescherming behouden, maar wordt een andere sanctie voorzien: de ‘matiging’. In geval van een kennelijke wanverhouding op het ogenblik van het aangaan van de verbintenis, wordt de verbintenis van de zekerheidssteller herleid tot het bedrag dat hij kan voldoen wanneer zij opeisbaar is (dit sluit bijvoorbeeld aan wat reeds lange tijd ingeschreven stond in § 25d van het Oostenrijkse Konsumentenschutzgesetz).

Het zal aan de persoonlijke zekerheidsteller zijn om het bestaan van de kennelijke wanverhouding te bewijzen, waarbij wordt hernomen dat deze moet bestaan op het moment van het aangaan van de borgtocht en de actuele betaalcapaciteit van de zekerheidssteller niet ter zake doet.

  • Onbepaalde / Bepaalde duur

Opvallend is dat in het nieuwe Boek 9, Titel 1, voor alle borgtochten (dus ook de consumentenborg) wordt voorzien in de mogelijkheid van een borgtocht voor onbepaalde duur. In dat geval kan elke partij de borgtocht beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van 45 dagen, tenzij contractueel anders overeengekomen. Gedurende de opzegtermijn blijft de borg gehouden voor de schulden ontstaan voor het verstrijken van de opzegtermijn.

Bij een borgtocht die voor een bepaalde duur is aangegaan, is er in principe geen eenzijdige beëindiging mogelijk, en is de borg maar bevrijd vanaf het verstrijken van de termijn (in zoverre de schuldeiser binnen die termijn geen kennisgeving van het uitoefenen van de borg heeft gedaan).